Kort antwoord: hoe bouw je een merk op Bol.com? In vijf stappen:
- Kies een product met aantoonbare klantvraag en een rekensom die klopt.
- Kies een merknaam die je mag gebruiken (een merknaam kiezen).
- Laat het product onder je eigen merk maken, op basis van een schriftelijke productspecificatie.
- Geef iedere uitvoering de juiste codes en productinformatie.
- Controleer vóór je iets aanbiedt of het voldoet aan de merkrichtlijnen van Bol.com.
De volledige route lees je in een private label op Bol.com starten. Hieronder werk je stap 4 uit: welke SKU en EAN-code bij welke verkoopbare uitvoering horen.
Je wilt een artikel aanbieden en hebt meerdere codes in je administratie. Leg vóór je iets toevoegt vast welke code bij welke verkoopbare uitvoering hoort. Drie begrippen lopen daarbij snel door elkaar:
- SKU: je eigen, interne artikelnummer voor één uitvoering.
- EAN-code: de artikelcode volgens de GS1-standaard, meestal het nummer onder de streepjescode. GS1 noemt die code officieel GTIN; je leest ook wel GS1-artikelcode.
- Aanbod: jouw verkoopaanbieding op een platform, met onder meer je prijs en levering.
Die drie hebben niet automatisch dezelfde betekenis. Met een overzicht per uitvoering voorkom je dat je twee verschillende uitvoeringen als hetzelfde artikel behandelt.
GS1 beschrijft unieke codes voor productvarianten en afzonderlijke actieverpakkingen. Bol.com heeft daarnaast merkrichtlijnen voor merkartikelen. Houd de productidentificatie en de beoordeling van merk- en verkoopvoorwaarden apart in je administratie.
Beschrijf wat de koper precies ontvangt
Beschrijf per regel de concrete uitvoering: kleur, maat, aantal onderdelen en verpakking. Geef aan of de koper één exemplaar, een set of een andere samenstelling ontvangt. Gebruik geen groepsnaam waaronder een losse uitvoering en een meervoudige verpakking door elkaar staan. Een foto en korte inhoudslijst kunnen helpen om de omschrijving te controleren.
Een oefening: je hebt een blauwe uitvoering, een witte uitvoering en een verpakking met twee blauwe exemplaren. Leg deze drie verkoopbare eenheden op afzonderlijke regels vast. Geef elke regel een eigen SKU en zoek per regel uit welke EAN-code bij die eenheid hoort. Neem voor de set niet zomaar de code van één blauw exemplaar over. Weet je de juiste code nog niet, laat het EAN-veld dan leeg en noteer de regel als open vraag.
Bewaar interne en externe codes apart
Je interne SKU is de code waarmee je zelf de uitvoering in administratie herkent. Leg je eigen definitie vast en gebruik de code consequent. Bewaar de EAN-code in een eigen kolom, met waar je hem vandaan hebt en de exacte cijfers. Ontbreekt de EAN-code, zet dan niet je interne code in dat veld.
Controleer bij overzetten tussen bestanden of alle tekens hetzelfde blijven. Een getalsnotatie kan anders worden weergegeven dan tekst. Dat moet je in jouw omgeving daadwerkelijk controleren. Een correct aantal regels zegt niet dat ieder product de juiste code kreeg. Vergelijk daarom ook een paar uitvoeringen met hun verpakking en met de gegevens die bij de code zijn geregistreerd.
Beoordeel varianten en wijzigingen
GS1 geeft aan dat elke productvariant een eigen unieke code heeft en noemt ook aparte actieverpakkingen. Voor veranderingen aan een bestaand product verwijst GS1 naar regels voor wanneer een nieuwe code (GTIN) nodig is. Laat de relevante wijziging aan die regels toetsen; maak geen eigen algemene regel dat iedere kleine verandering wel of geen nieuwe code nodig heeft.
Bewaar welke productversie bij de code hoort. Komt er een gewijzigde inhoud, verpakking of uitvoering, leg dan eerst vast wat er verandert en wie de codevraag controleert. Hergebruik geen bestaande code alleen omdat je de productnaam gelijk wilt houden. Anders kan onduidelijk worden welk artikel de koper of de logistieke partij werkelijk verwacht.
Controleer merkartikel en aanbod afzonderlijk
Bol.com noemt voor merkartikelen onder andere GS1/EAN op naam van de merkeigenaar, registratie in de juiste klasse en zichtbaarheid van het merk. Controleer vóór je het artikel toevoegt hoe die voorwaarden nu voor jou gelden. Een code op je overzicht vervangt geen beoordeling van die voorwaarden. Ook rechten om een merk te gebruiken zijn een afzonderlijke vraag.
Zet naast de productidentificatie jouw aanbodgegevens, zoals de eigen prijs en uitvoering van levering, wanneer je die nodig hebt. Houd deze gegevens in je eigen administratie apart. Een wijziging van jouw aanbod hoeft niet hetzelfde te zijn als een verandering van het fysieke product. Bepaal eerst welk onderdeel je wijzigt.
Laat iemand de koppeling terugvinden
Vraag een tweede lezer aan de hand van één verpakking de juiste interne code, productversie en EAN-code te vinden. Vraag daarna de omgekeerde route: welke verkoopbare eenheid hoort bij deze code? Noteer verschillen en herstel de koppeling in je overzicht voordat je de gegevens verder gebruikt.
Houd een uitvoering met een open codevraag apart tot die is opgelost. Behandel de volledig gecontroleerde uitvoeringen afzonderlijk. Controleer naast de identificatie ook de productregels, merkrechten en voorwaarden voor het toevoegen van aanbod.
Controlelijst voor je productcodes
Zet per verkoopbare uitvoering de beschrijving, je SKU en de EAN-code bij elkaar. Controleer de koppeling met de verpakking en met de geregistreerde gegevens.
| Onderdeel | Vastleggen | Controle |
|---|---|---|
| Uitvoering | Maat, kleur, inhoud en versie | Welke eenheid ontvangt de koper? |
| Code | Interne SKU en EAN-code in aparte kolommen | Herkomst en cijfers gecontroleerd? |
| Aanbieden | Merkregels en open vragen | Beoordeeld of nog geblokkeerd? |
Wil je stap voor stap leren een merk op te zetten? Plan je gesprek.
Bronnen
Primaire bronnen gecontroleerd op 8 oktober 2026.





