Verdeel je spaargeld over drie potten: een buffer, een ETF en voorraad voor je merk. Begin altijd bij de buffer. Daarna stel je voor de andere twee potten dezelfde vraag: kun je dit geld missen, en hoe lang? Er is geen vaste verdeling die voor iedereen klopt. De AFM schrijft wel duidelijk dat je eerst voldoende spaargeld als buffer aanhoudt en dat je alleen belegt met geld dat je voor langere tijd kunt missen. Hieronder lees je hoe je die regels toepast als je ook voorraad wilt inkopen.

Pot 1: de buffer komt eerst

Op haar pagina over (zelf) beleggen noemt de AFM het belangrijk om voldoende spaargeld als buffer aan te houden voordat je gaat beleggen. In een persbericht van 1 mei 2026 gebruikt de AFM de Nibud-referentiebuffer als meetlat. Volgens dat onderzoek belegde in 2024 ongeveer één op de drie Nederlandse huishoudens niet, terwijl ze meer liquide middelen hadden dan die buffer.

Voor jou betekent dat: de buffer is een ondergrens. Hij is niet hetzelfde als al je spaargeld. Het persbericht noemt geen bedrag voor de buffer. Zoek dus eerst uit wat die buffer voor jouw huishouden betekent, en verdeel pas daarna de rest. Laat je buffer op een spaarrekening staan en controleer die rekening. De AFM wijst er op haar pagina over sparen op dat naast de rente ook de voorwaarden tellen. Het depositogarantiestelsel geldt onder bepaalde voorwaarden als een bank in betalingsproblemen komt. Ga ook na of je echt een spaarrekening opent en niet toch een beleggingsproduct.

Onze lezing: houd de buffer en je ondernemersgeld strikt gescheiden. Heeft je merk extra geld nodig, dan komt dat uit de voorraadpot en niet uit de buffer. Anders verdwijnt je vangnet in je eerste tegenvaller.

Pot 2: de ETF voor geld dat je lang kunt missen

Een ETF is een beleggingsproduct, dus wat de AFM over beleggen schrijft geldt ook voor deze pot. Beleggen kan volgens de AFM meer opleveren dan sparen, maar is meestal risicovoller. Het rendement kan verschillen, je inleg is meestal niet gegarandeerd en soms kun je een tijdje niet bij je geld. Daarom past beleggen volgens de AFM beter bij een langere horizon. De AFM raadt een goed gespreide portefeuille met lage kosten aan, met zo min mogelijk transacties en zonder speculatieve instrumenten. In het persbericht noemt de AFM ook spreiden over producten én over tijd, en bewust zijn van de kosten.

De belangrijkste vraag bij deze pot is daarom: heb je dit geld nodig voor je merk binnen de tijd dat het belegd staat? Is het antwoord ja, dan hoort het naar onze lezing niet in de ETF-pot. Moet je beleggingen verkopen om een leverancier te betalen, dan kies jij het verkoopmoment niet meer. Zo stapel je twee risico's op elkaar.

Pot 3: voorraad voor je eigen merk

Geld voor voorraad is geen spaargeld en ook geen belegging zoals de AFM-pagina's die beschrijven. Je steekt het in je eigen bedrijf. De AFM gebruikt de toets ‘kun je het lang missen’ voor beleggen. Wij vinden die toets voor voorraad minstens zo bruikbaar. Geld dat in dozen zit, kun je pas weer gebruiken als het product verkocht is, en vooraf weet je niet of en wanneer dat lukt.

Reken deze pot ook ruimer dan alleen de eerste inkoop. Neem ook de kosten mee tot je eerste verkopen binnen zijn, en een reserve voor een nabestelling. Hoe je dat over de tijd verdeelt, lees je in het artikel over cashflowplanning voor je productmerk. Hoe je het bedrag in de eerste bestelling klein houdt, staat in voorraadrisico beperken vóór je eerste bestelling.

Er is nog een verschil, en dat zit in je rol. Een gespreide ETF vraagt na de aankoop weinig beslissingen. Voorraad vraagt dat steeds iemand kiest: wanneer bestel je bij, wat doe je met trage voorraad, hoeveel geef je uit aan advertenties? Zet die rollen naast elkaar in kapitaal beleggen of voorraad inkopen.

Buffer, ETF en voorraad: de vraag per pot
PotWaarvoorToets voordat je geld erin stopt
BufferGeld dat je achter de hand houdtWeet je hoe hoog jouw buffer moet zijn, en staat die op een echte spaarrekening?
ETFVermogen opbouwen over langere tijdKun je dit geld langere tijd missen, en is het gespreid met lage kosten?
VoorraadInkoop en de kosten tot je product verkooptKun je dit hele bedrag kwijtraken zonder je buffer aan te spreken?

Fictief voorbeeld: 40.000 euro verdelen

Fictief voorbeeld: Sanne heeft 40.000 euro spaargeld. Voor haar huishouden komt ze op een buffer van 12.000 euro, die apart blijft op haar spaarrekening. Er blijft 28.000 euro over. Voor haar eerste product begroot ze 8.000 euro voor inkoop en de kosten tot de eerste verkopen. Daar komt 4.000 euro bij als reserve voor een nabestelling. Haar voorraadpot is dus 12.000 euro. Die toetst ze met één vraag: kan ik dit hele bedrag kwijtraken zonder mijn buffer aan te spreken? De overige 16.000 euro kan in een ETF als ze dat geld langere tijd niet nodig heeft.

Wil Sanne binnen een jaar een tweede product lanceren, dan verandert de verdeling. Het geld voor dat tweede product blijft dan op haar spaarrekening en gaat niet in de ETF. Zo hoeft ze geen beleggingen te verkopen op een moment dat ze niet zelf kiest. Ook nul euro in een pot is een geldige keuze. Volgens de AFM wil niet iedereen beleggen, ook niet als daar ruimte voor is. En ook een eigen merk is geen verplichting.

Wat je nu controleert

  • Je buffer: bepaal het bedrag voor jouw huishouden en zet het apart, voordat je iets anders beslist.
  • Je spaarrekening: lees de voorwaarden en controleer dat het echt een spaarrekening is en geen beleggingsproduct.
  • Je voorraadpot: zet op papier wat je merk kost tot de eerste verkopen, plus een nabestelling. Vraag je eerlijk af of je dat hele bedrag kunt missen.
  • Je ETF-pot: controleer je horizon, de spreiding en de kosten. Beleg alleen geld dat je niet voor je merk nodig hebt.
  • Je rol: schat hoeveel tijd je hebt voor voorraadbesluiten. Die tijd vraagt de ETF-pot niet.

Twijfel je of je genoeg hebt om te verdelen? Reken het dan uit in plaats van te schatten. Uit het AFM-onderzoek blijkt dat gebrek aan kennis de meest genoemde reden is om niet te beleggen. Een deel van de ondervraagden zei te weinig geld te hebben om te beginnen, ook als ze meer hadden dan de Nibud-referentiebuffer. Met een berekende buffer en een begrote voorraadpot zie je zelf hoeveel ruimte er echt is.