Vraag in een klantinterview naar de laatste keer dat iemand het probleem had. Wat probeerde die persoon te doen, welke oplossing gebruikte die en waar liep het vast? Zulke antwoorden geven je concrete vragen voor je productonderzoek. Een vriendelijk “dat zou ik kopen” zegt veel minder.
Spreek met mensen die het probleem kennen
Kies gesprekspartners op hun ervaring. Gebruiken ze een bestaande oplossing, hadden ze het probleem onlangs of beslissen ze over de aankoop? Vraag dat vooraf. Enthousiaste vrienden helpen je alleen als ze ook in die situatie zitten.
Neem verschillende gebruikssituaties mee: een thuisgebruiker kan andere eisen hebben dan een zakelijke koper. Noteer bij ieder gesprek de aankooprol en de omstandigheden. Dan kun je verschillen verklaren, zonder een hele doelgroep te beoordelen op een paar gesprekken.
Begin bij wat er echt gebeurde
Deze vragen houden het gesprek bij de praktijk:
- “Wanneer gebeurde dit voor het laatst?”
- “Wat deed je toen als eerste?”
- “Wat gebeurde daarna?”
- “Hoe heb je het uiteindelijk opgelost?”
Kan iemand de handeling laten zien, vraag dat dan. Een concrete ervaring geeft meer houvast dan een algemeen oordeel over gebruiksgemak.
Houd je vragen neutraal. “Was die onhandige sluiting irritant?” geeft het antwoord al mee. Vraag liever hoe iemand de verpakking opende en wat daarbij gebeurde. Nielsen Norman Group wijst erop dat herinneringen en voorspellingen in interviews beperkingen hebben. Leg uitspraken daarom waar je kunt naast gedrag dat je zelf ziet.
Laat je idee pas daarna zien
Toon je productidee of sample aan het eind van het gesprek en vraag wat onduidelijk is. Laat de ander eerst zelf kijken en handelen. Geef wel de nodige veiligheidsinstructies en noteer wanneer extra uitleg nodig was. Juist zo’n aarzeling laat zien wat je aan het product of de instructie kunt verbeteren.
Schrijf gedrag en uitspraken apart op
“Zoekt tien seconden naar de opening” is gedrag. “Zegt dat openen makkelijk is” is een uitspraak. Je eigen conclusie schrijf je daar los van op. Passen gedrag en woorden niet bij elkaar, bewaar dan allebei: dat verschil is een goede aanleiding voor een volgende proef.
Bewaar alleen wat je nodig hebt
Vertel vooraf waarvoor je notities of een opname gebruikt en vraag de nodige toestemming. Gebruik in je analyse een gesprekscode in plaats van een naam en bewaar alleen de informatie die je nodig hebt. Toestemming voor onderzoek en toestemming voor marketing zijn twee aparte dingen.
Vat na ieder gesprek het probleem, de huidige oplossing en de open vragen samen. Bewaar ook reacties die je idee tegenspreken. Zo blijft je verslag een hulpmiddel voor je onderzoek en wordt het geen verzameling complimenten.
Je notities per gesprek
| Onderdeel | Wat schrijf je op? | Welke vraag beantwoord je ermee? |
|---|---|---|
| Situatie | De laatste keer dat het probleem speelde en de oplossing die iemand toen gebruikte | Kent deze persoon het probleem uit eigen ervaring? |
| Reactie | Wat iemand deed, wat iemand zei en jouw interpretatie, elk apart | Waar wijken woorden en gedrag van elkaar af? |
| Vervolg | Eén open onderzoeksvraag | Welke proef doe je hierna? |
Kies één vraag voor de volgende proef
Misschien moet het sample makkelijker open, is de maat onduidelijk of blijkt een andere doelgroep belangrijker. Maak er één vraag van die je met een proef of extra gegevens kunt beantwoorden. Leg vooraf vast welke uitkomst betekent dat je aanpast en welke dat je stopt.
Interviews laten zien waarom mensen iets doen. Hoeveel mensen het product straks kopen, vertellen ze niet. Gebruik de gesprekken om je ontwerp en vervolgonderzoek gerichter te maken en onderzoek de omvang van de vraag apart.
Wil je leren hoe je van een productidee naar gericht onderzoek gaat? Bekijk LaunchLab AI™ en bespreek welke stap je zelf wilt leren uitvoeren.
Bronnen
Geraadpleegd op 8 oktober 2026.


